Meer balans in het gesprek over bouwmaterialen
Er gaat veel aandacht uit naar béter bouwen: de verduurzaming van traditionele materialen. Dat is belangrijk. Maar tegelijkertijd moeten we ook ánders gaan bouwen: de kansen van hout en andere bio-based materialen krijgen nog relatief weinig aandacht. Wat mij betreft mag daar meer balans in komen.
Dat betekent niet dat ieder gebouw volledig uit hout moet bestaan. Sommige toepassingen vragen om beton. Maar juist daarom ligt er een enorme kans in de onderdelen waar bio-based materialen vandaag al technisch uitstekend toepasbaar zijn. Daar kunnen we direct stappen zetten en veel milieuwinst behalen.
Zijn er wel genoeg bomen voor houtbouw?
Een vraag die regelmatig terugkomt: hebben we eigenlijk wel voldoende hout als we meer in hout gaan bouwen? We moeten toch juist meer bomen realiseren? De cijfers geven een interessant beeld. De Europese Unie beschikt over ruim 180 miljoen hectare bos. Tussen 1990 en 2020 groeide het Europese bosareaal bovendien met ruim 10 miljoen hectare.
Jaarlijks groeit in Europa ongeveer 800 miljoen m³ hout, terwijl momenteel ongeveer 500 miljoen m³ wordt geoogst. Boswetenschappers geven aan dat de jaarlijkse oogst binnen duurzaam bosbeheer nog met ongeveer 60 tot 70 miljoen m³ kan toenemen.
"Ik zie een logische toekomst waarin beton wordt ingezet waar het niet anders kan, maar waarin we veel vaker bewust kiezen voor hout en andere bio-based materialen op plekken waar dat technisch goed mogelijk is."
Sanne Beckers, Duurzaamheidsexpert Nico de Bont
Hoeveel hout is nodig voor de bouw?
Een woning in massief hout (CLT) vraagt gemiddeld ongeveer 50 m³ hout. Wanneer alle circa één miljoen nieuwbouwwoningen die jaarlijks in Europa worden gebouwd volledig in CLT zouden worden uitgevoerd, vraagt dat ongeveer 50 miljoen m³ extra hout per jaar. Dat lijkt veel, maar valt binnen de extra oogstcapaciteit die Europese boswetenschappers als duurzaam beschouwen.
Bovendien bouwen we lang niet alles in massief hout. Veel woningen worden uitgevoerd in houtskeletbouw (HSB). Daarbij is slechts ongeveer 15 m³ hout per woning nodig. Als alle Europese nieuwbouwwoningen in HSB zouden worden gebouwd, is daarvoor ongeveer 15 miljoen m³ hout nodig. Dat is minder dan 2% van de jaarlijkse houtgroei in Europa.
Waarom duurzaam bosbeheer belangrijk is
Ook voor Nederland zijn de cijfers verhelderend. Stel dat de jaarlijkse nieuwbouwopgave van ongeveer 60.000 woningen volledig bio-based wordt uitgevoerd. Bij massief hout (CLT) is circa 3 miljoen m³ hout nodig. Bij houtskeletbouw (HSB) is dat ongeveer 900.000 m³ hout. Ter vergelijking: Europa produceert jaarlijks ongeveer 800 miljoen m³ nieuwe houtgroei.
Dat betekent niet dat hout onbeperkt beschikbaar is. Duurzaam bosbeheer blijft een absolute voorwaarde. Maar de cijfers laten zien dat beschikbaarheid geen reden hoeft te zijn om bio-based bouwen op voorhand uit te sluiten. Daarmee verschuift de discussie van óf het kan naar hoe we het verantwoord opschalen.
Duurzaam bouwen met hout begint bij verantwoord bosbeheer. Duurzaam bosbeheer zorgt ervoor dat we kunnen bouwen met hernieuwbare grondstoffen, terwijl we tegelijkertijd investeren in gezonde bossen voor toekomstige generaties.
De rol van biochar en duurzamer beton
Dat hout kansen biedt, betekent niet dat beton stil staat. De betonsector investeert volop in innovaties zoals CO₂-bindende biochar, alternatieve bindmiddelen en CO₂-reductie in productieprocessen. Dat is belangrijk, want cementproductie behoort wereldwijd nog altijd tot de grootste industriële bronnen van CO₂-uitstoot. Innovatie kan die impact verkleinen, maar neemt niet weg dat we kritisch moeten blijven kijken naar de hoeveelheid primaire grondstoffen en emissies die met beton gepaard gaan.
Juist daarom biedt hout een interessant aanvullend perspectief. Bomen nemen tijdens hun groei CO₂ op uit de atmosfeer en slaan deze op in hun biomassa. Wanneer dat hout vervolgens in gebouwen wordt toegepast, blijft die koolstof langdurig opgeslagen. Bovendien is hout aanzienlijk lichter dan beton. Daardoor kunnen funderingen vaak lichter worden uitgevoerd, wat leidt tot minder materiaalgebruik, minder transport en een lagere milieu-impact.
Ik zie een logische toekomst waarin beton wordt ingezet waar het niet anders kan, maar waarin we veel vaker bewust kiezen voor hout en andere bio-based materialen op plekken waar dat technisch goed mogelijk is. Niet omdat beton verdwijnt, maar omdat de verduurzamingsopgave vraagt om meer dan alleen het verbeteren van bestaande materialen. Ze vraagt ook om het opschalen van hernieuwbare alternatieven.
"Als we geloven in een circulaire toekomst, moeten we die ook gaan bouwen. De grootste uitdaging is niet langer of het kan. De vraag is hoe snel we het gaan doen."
Sanne Beckers, Duurzaamheidsexpert Nico de Bont
Tijd voor een circulaire blik
De manier waarop we duurzaamheid meten blijft een uitdaging. Veel huidige beoordelingssystemen zijn nog gebaseerd op lineaire uitgangspunten: materialen worden geproduceerd, gebruikt en uiteindelijk afgedankt. Dat zie je ook terug in de Milieu Prestatie Gebouwen (MPG), een belangrijke rekenmethode binnen de Nederlandse bouwsector.
In de huidige MPG-systematiek wordt voor hout aan het einde van de levensduur in veel gevallen gerekend met verbranding voor energieterugwinning. Daarmee gaat de opgeslagen CO2 uiteindelijk weer terug de atmosfeer in. Vanuit een lineair perspectief is dat logisch. Maar de vraag is of dit nog past bij de circulaire economie die we met elkaar nastreven. Nederland heeft immers de ambitie om in 2050 volledig circulair te zijn. Dat betekent dat we gebouwen niet meer ontwerpen voor de sloopkogel, maar voor demontage, hergebruik en hoogwaardige recycling. Juist daar ligt een belangrijke kans voor hout.
Een houten balk die na vijftig of honderd jaar opnieuw kan worden toegepast in een gebouw, houdt zijn opgeslagen CO₂ vast. Wanneer materialen meerdere levenscycli doorlopen, moeten we ook op een andere manier naar de milieu impact kijken. De huidige rekenmethodes waarderen die toekomstige hergebruikspotentie nog maar beperkt. Daar komt nog iets bij. Een ton CO₂ die we vandaag vermijden heeft meer klimaateffect dan een ton die we pas over 75 jaar besparen. Hout slaat CO₂ direct op gedurende de levensduur van het gebouw. Dat helpt ons juist nu, in de periode waarin we de opwarming van de aarde zo veel mogelijk moeten afremmen.
Dat betekent niet dat hout automatisch altijd de beste keuze is. Wel betekent het dat we kritisch moeten blijven kijken of onze rekenmodellen voldoende aansluiten bij de circulaire toekomst die we willen bereiken. En in de tussentijd? Verduurzamen doen we uiteindelijk niet in een Excel sheet, maar op de projecten. Samen met opdrachtgevers, architecten en vakmensen. Als we geloven in een circulaire toekomst, moeten we die ook gaan bouwen. De grootste uitdaging is niet langer of het kan. De vraag is hoe snel we het gaan doen.