5/ Hoezo installaties!?
Energiezuinige gebouwen
Lang voordat er warmtepompen, airco’s en sensoren bestonden, wisten bouwmeesters hoe je een gebouw comfortabel maakt. Dikke muren hielden de kou buiten, hoge plafonds gaven lucht in de zomer. Ramen stonden precies daar waar licht en wind hun werk konden doen. Gebruikte materialen – hout, leem, riet, vlas – waren lokaal, gezond en hernieuwbaar.
Zonder dat iemand het toen zo noemde, waren die gebouwen energiezuinig, circulair en biobased. Vandaag de dag noemen we dat innovatie. Maar eigenlijk is het herinnering. Een herinnering aan hoe goed we ooit konden bouwen.
We zijn gewend geraakt aan gebouwen die draaien op techniek. Maar monumenten tonen dat comfort mede kan ontstaan door slim ontwerp: door zonering, natuurlijke ventilatie en biobased materialen.
"Wij pleiten voor minder installaties en meer logica. Voor gebouwen die vanzelf prettig zijn – niet dankzij machines, maar dankzij menselijke maat en natuurlijke principes."
Boudewijn de Bont, directeur Nico de Bont
De verkeerde afslag
In de twintigste eeuw sloegen we een andere weg in. De focus kwam te liggen op snelheid, efficiëntie en lage kosten. We gingen bouwen met kunstmatige materialen – beton, PUR, glaswol – en vertrouwden op installaties om comfort te creëren. We maakten gebouwen die zonder techniek niet konden functioneren.
Zelfs monumenten werden behandeld alsof ze nieuwbouw waren: volgestopt met leidingen, luchtkanalen en apparaten. Het gevolg kennen we allemaal: hoge energielasten, ongezonde binnenklimaten, vervreemde gebouwen.
Maar het mooie is: we kunnen terug. Niet door stil te staan, maar door oude kennis te verbinden met nieuwe inzichten.
Contact
Sanne Beckers
Duurzaamheidsexpert